Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekers] , te [woonplaats] , verzoekers,
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, verweerder.
[derde belanghebbende], te [woonplaats] , initiatiefneemster.
Rechtbank Noord-Holland
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft op 5 juni 2020 een verkeersbesluit genomen om een deel van de [locatie 1] in Haarlem tijdelijk in te richten als speelstraat, afgesloten voor verkeer van 3 juli tot en met 16 augustus 2020. Verzoekers, wonend in een parallelstraat, maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verkeersbesluit rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat verzoekers als belanghebbenden konden worden aangemerkt omdat zij mogelijk hinder ondervinden van een hogere parkeerdruk en meer verkeer in hun straat. De rechter stelde vast dat het college een ruime beleidsvrijheid heeft bij het nemen van verkeersbesluiten en dat toetsing beperkt is tot de vraag of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften of onredelijk is.
Het college motiveerde het besluit met het bevorderen van sociale cohesie en veiligheid in de wijk door het creëren van een speelstraat, waarbij autoverkeer wordt geweerd. De voorzieningenrechter vond de belangenafweging van het college niet onbegrijpelijk en oordeelde dat de tijdelijke overlast voor verzoekers niet onevenredig is. Alternatieven liggen bij de bewoners en niet bij het college. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het verkeersbesluit is afgewezen.