Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 juli 2020 in de zaak tussen
[bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker, vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar om zijn bijstandsuitkering in te trekken per 30 april 2020 vanwege een overschrijding van de vermogensgrens na verkoop van zijn woning.
Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen en te bepalen dat bij de vaststelling van zijn vermogen rekening wordt gehouden met de aflossing van leningen aan zijn broers. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed, bijvoorbeeld bij een onomkeerbare situatie of acute financiële nood.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het aangevoerde spoedeisend belang niet aannemelijk is, omdat verzoeker ondanks de leningen nog voldoende vermogen heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien. Ook is er geen sprake van een acute financiële noodsituatie voor verzoeker zelf. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.