ECLI:NL:RBNHO:2020:5452
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt privévermogen etikettering contant geld ondanks navordering belasting
Eiser exploiteert een fotobedrijf en heeft jarenlang contante omzet afgeroomd en deze gelden als privévermogen aangemerkt. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen IB/PVV op voor de jaren 2012, 2013, 2014 en 2016 waarbij de contanten van € 200.000 tot box 3 werden gerekend. Eiser betwist dit en stelt dat het bedrag tot het ondernemingsvermogen moet worden gerekend.
De rechtbank stelt vast dat eiser vanaf 1993 tot en met 2017 onmiskenbaar heeft gekozen de contanten tot zijn privévermogen te rekenen en dat deze keuze binnen de grenzen der redelijkheid valt. Het beroep op de foutenleer en het inkeren leidt niet tot een andere uitkomst. Ook het betoog dat de contanten verplicht ondernemingsvermogen zijn wegens investeringsplannen wordt verworpen.
Ten aanzien van de belastingrente oordeelt de rechtbank dat de Belastingdienst zorgvuldig heeft gehandeld door onderzoek te doen naar de volledigheid van de gegevens en dat het verzoek tot voorlopige navorderingsaanslagen terecht is afgewezen. Het beroep op het beginsel van dienstbaarheid wordt niet gevolgd. Het beroep wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de contanten tot het privévermogen behoren.