ECLI:NL:RBNHO:2020:5573
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing Tozo-aanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, werkzaam als sekswerker, diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De aanvraag werd afgewezen omdat verzoekster ten tijde van de aanvraag in het buitenland verbleef en de identiteit niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Verzoekster ontving wel voorschotten voor maart tot en met mei 2020 en diende later een aanvraag in voor verlenging vanaf juni 2020.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verblijf in het buitenland en de identiteit nog nader worden onderzocht in de bezwaarprocedure, maar dat dit geen reden is voor een voorlopige voorziening. Verzoekster stelde financiële nood te hebben, maar kon dit niet met objectieve stukken onderbouwen. Er was geen sprake van een acute noodsituatie zoals faillissement of dreigende uithuiszetting.
De rechtbank concludeerde dat het ontbreken van spoedeisend belang betekent dat de voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen. Het feit dat een nieuwe aanvraag voor verlenging is ingediend en dat voorschotten zijn verstrekt, versterkt dit oordeel. De afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de Tozo-aanvraag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.