ECLI:NL:RBNHO:2020:5574
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing Tozo-aanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, werkzaam als sekswerker, diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze aanvraag werd afgewezen omdat verzoekster ten tijde van de aanvraag in het buitenland verbleef en haar identiteit niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het oordeel voorlopig is en dat voorschotten voor maart en april waren verstrekt. Verzoekster had een nieuwe aanvraag ingediend voor een verlenging vanaf juni 2020. Er werd vastgesteld dat het spoedeisend belang ontbrak, omdat er geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie was aangetoond. De verblijfplaats in het buitenland en de beperkte toegang tot post konden niet voor rekening van de gemachtigde komen.
Hoewel het primaire besluit in bezwaar mogelijk niet standhoudt, is er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. De rechtbank benadrukte dat de bezwaarprocedure moet worden afgewacht en dat de afhandeling van de verlengingsaanvragen wordt bespoedigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de Tozo-aanvraag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.