ECLI:NL:RBNHO:2020:5577
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing Tozo-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, werkzaam als sekswerker, diende een aanvraag in voor een Tozo-uitkering vanwege het wegvallen van haar inkomen door coronamaatregelen. Na toekenning werd de uitkering ingetrokken en de aanvraag afgewezen omdat verzoekster tijdens de aanvraagperiode in het buitenland verbleef en de identiteit niet met zekerheid kon worden vastgesteld.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Zij stelde financiële nood te hebben door het niet ontvangen van de uitkering en hoge vaste lasten. Verweerder betoogde dat er geen sprake was van acute financiële nood en dat verzoekster reeds voorschotten had ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat er geen onomkeerbare financiële situatie was aangetoond, er een nieuwe aanvraag voor verlenging was ingediend en verzoekster onvoldoende objectieve bewijsstukken had overgelegd. Het verblijf in het buitenland en de postvoorziening waren niet doorslaggevend.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De rechter merkte op dat het primaire besluit in bezwaar nader wordt onderzocht en dat een versnelde afhandeling van de verlengingsaanvraag wordt nagestreefd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing Tozo-aanvraag wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.