Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling), welke door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is afgewezen vanwege het vermogen dat eiser en zijn partner bezitten, bestaande uit een woning en een vakantiehuis in Servië. Eiser betoogde dat het vermogen van zijn partner niet aan hem toegerekend mocht worden omdat zij geen beschikkingsmacht heeft over de woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vermogen van de partner, die voor de toepassing van de Participatiewet als gehuwde wordt beschouwd, wel degelijk meetelt bij de beoordeling van de AIO-aanvulling. Het feit dat de woning op naam van de partner staat en geregistreerd is, leidt tot de veronderstelling dat zij over dat vermogen kan beschikken. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de partner geen beschikking heeft over de woning.
Daarnaast erkende de voorzieningenrechter het bestaan van schulden van eiser, maar vond onvoldoende bewijs voor een afdwingbare terugbetalingsverplichting. Hierdoor konden deze schulden niet in mindering worden gebracht op het vermogen.
Het totale vermogen van eiser en zijn partner overschreed de vrijstellingsgrens, waardoor de afwijzing van de AIO-aanvulling terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Daarnaast werd opgemerkt dat een klacht over een remigratie-uitkering en schadevergoeding niet in deze procedure aan de orde was.