ECLI:NL:RBNHO:2020:5763
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing redelijke courtage na intrekking bemiddelingsopdracht woningverkoop
De makelaar kreeg in mei 2015 een opdracht tot bemiddeling voor de verkoop van een woning in Didam tegen een courtage van 1,2%. Na het opstellen van een concept koopovereenkomst met potentiële kopers trok de opdrachtgever in januari 2018 de opdracht in vanwege ontevredenheid over het verkoopproces.
Kort daarna kocht de opdrachtgever een andere woning en trad opnieuw in onderhandeling met dezelfde kopers, waarna de woning alsnog werd verkocht tegen de eerder bedongen prijs. De makelaar factureerde courtage, waarop de opdrachtgever betwistte dat deze verschuldigd was, stellende dat de verkoop door een derde makelaar tot stand was gekomen en dat de makelaar onvoldoende had gepresteerd.
De kantonrechter oordeelt dat de makelaar voldoende bewijs leverde dat de verkoop het gevolg was van zijn dienstverlening tijdens de opdracht. De intrekking van de opdracht was rechtmatig, maar de courtage is naar redelijkheid vast te stellen, rekening houdend met de verrichte werkzaamheden, het voordeel voor de opdrachtgever en de beëindigingsgrond.
De rechter vindt dat de opdrachtgever voordeel heeft gehad van het werk van de makelaar en dat de beëindiging geen reden geeft tot verlaging van de courtage. De courtage wordt vastgesteld op € 3.630,- inclusief btw, met rente en incassokosten. De vordering wordt grotendeels toegewezen en de proceskosten worden aan de opdrachtgever opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van een redelijke courtage van € 3.630,- inclusief btw met rente en kosten.