ECLI:NL:RBNHO:2020:5767
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deelvordering vennoot maatschap voor vergoeding windenergiepark toegewezen
Eiser, een vennoot van een maatschap, vorderde betaling van een deel van een vergoeding die door Nuon Wind Development B.V. aan de maatschap werd betaald voor het gebruik van erfpachtgrond voor een windenergiepark. De grond was in erfpacht gegeven en het recht van opstal en erfdienstbaarheden waren gevestigd ten behoeve van Nuon.
De vordering betrof een bedrag van €13.790,- vermeerderd met rente en kosten, gebaseerd op een koopovereenkomst en een kettingbeding waarin was afgesproken dat 75% van de vergoeding aan eiser toekomt. Gedaagde, mede-vennoot, stelde dat hij niet persoonlijk eigenaar was maar dat de maatschap eigenaar was en dat er geen recht van opstal was gevestigd.
De kantonrechter oordeelde dat eiser gedaagde wel kan aanspreken voor een derde deel van de vordering, omdat de maatschap een openbare maatschap is en de maten hoofdelijk aansprakelijk zijn. De overeenkomst verplicht gedaagde 75% van de vergoeding te betalen, waarvan een derde aan eiser toekomt. De gevorderde buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente werden toegewezen. De proceskosten kwamen voor rekening van gedaagde.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van €5.181,32 plus wettelijke rente vanaf 1 februari 2020, proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een deel van de vergoeding met rente en kosten aan eiser.