Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- tegen voornoemde [benadeelde partij 1] heeft gezegd "loop naar de kassa en maak hem open" en/of "kassa open maken. Nu. Nu.", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
- aan voornoemde [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] een mes heeft getoond, althans een mes heeft vastgehad.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 22 juni 2020 heeft afgelegd;
- een proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde pagina’s 27 tot en met 30), inhoudende de op 9 januari 2020 door aangever [benadeelde partij 1] ten overstaan van verbalisant afgelegde verklaring;
- een proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde pagina’s 31 tot en met 35), inhoudende de op 9 januari 2020 door aangever [benadeelde partij 2] ten overstaan van verbalisant afgelegde verklaring.
- tegen voornoemde [benadeelde partij 1] heeft gezegd "loop naar de kassa en maak hem open" en "kassa open maken. Nu. Nu.", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, en
- aan voornoemde [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] een mes heeft getoond.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
“Hij trilde wel heel erg. Het leek of hij heel erg zenuwachtig was. Ik had ook niet het gevoel dat hij daar was om ons pijn te doen maar dat hij enkel het geld wilde hebben en dan weg zou gaan”en (op de vraag “Voelde je je bedreigd?”)
“Jawel, maar ik had echt het gevoel dat hij alleen het geld wilde. Hij liep namelijk ook niet met zijn mes te zwaaien. (…) Ik voelde mij dus wel bedreigd maar ik stond geen doodsangsten uit.”
- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 18 juni 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijk feit is veroordeeld;
- het over verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport, gedateerd 15 juni 2020, van [psycholoog] , GZ-psycholoog;
- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 19 juni 2020, van [reclasseringsmedewerker] , als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland te [plaatsnaam C].
7.Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 2] en schadevergoedingsmaatregel
8.Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 1] en schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
399 (driehonderd negenennegentig) dagen.
360 (driehonderdzestig) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 jaren.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
240 (tweehonderdveertig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
€ 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro), als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
25 (vijfentwintig) dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro), als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
25 (vijfentwintig) dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Etos [benadeelde partij 3] [plaatsnaam] B.V.geleden schade tot een bedrag van
€ 662,47 (zegge: zeshonderdtweeënzestig euro en zevenenveertig cent),als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Etos [benadeelde partij 3] [plaatsnaam] B.V., voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
13 (dertien) dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.