Op 10 maart 2020 werd verdachte op Schiphol aangehouden met 2669,12 gram cocaïne in haar koffer, afkomstig uit Aruba. Verdachte verklaarde te denken dat zij diamanten smokkelde, maar de rechtbank oordeelde dat zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om cocaïne ging, waarmee voorwaardelijk opzet werd vastgesteld.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne invoerde, een strafbaar feit onder de Opiumwet. Er werden geen omstandigheden gevonden die de strafbaarheid uitsloten. De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf, terwijl de verdediging een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden bepleitte.
De rechtbank volgde het reclasseringsadvies en legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldplicht, ambulante behandeling, alcoholverbod, schuldhulpverlening en ondersteuning bij dagbesteding. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.