ECLI:NL:RBNHO:2020:5995
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Participatiewet wegens inkomen en voorschot
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort om haar aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet af te wijzen vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Tevens werd een eerder uitbetaald voorschot van €950,- teruggevorderd.
Tijdens de zitting bleek dat verzoekster sinds eind april 2020 tot en met juni 2020 inkomen uit arbeid ontving, met een salaris van €973,76 in mei en ongeveer €500,- in juni. Haar arbeidsovereenkomst werd beëindigd, maar zij heeft recent weer werk gevonden voor 20 uur per week met een verwacht salaris van circa €900,-. Tevens is begin juli een voorschot van €500,- en een woonkostentoeslag van €440,- toegekend.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster met het ontvangen inkomen en het voorschot in staat moet zijn haar kosten van levensonderhoud te betalen. Een voorlopige voorziening kan slechts worden toegekend vanaf de datum van ontvangst van het verzoek (1 juli 2020) en alleen tot de hoogte van de geldende bijstandsnorm. Omdat verzoekster vanaf die datum inkomen geniet dat gelijk is aan die norm, ziet de voorzieningenrechter geen reden voor toewijzing.
Daarnaast wordt benadrukt dat een voorlopige voorziening niet bedoeld is om schulden af te lossen. Verzoekster kan voor schuldhulpverlening terecht bij verweerder. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster voldoende inkomen en voorschotten ontvangt.