ECLI:NL:RBNHO:2020:6091
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WOZ-waardebepaling woning in aanbouw
Eiseres betwistte de WOZ-waarde van haar woning in een appartementencomplex dat op de waardepeildatum 1 januari 2018 voor circa 60% gereed was. Zij stelde dat de waarde slechts de grondwaarde van € 80.500 zou moeten zijn en voerde onder meer schending van de hoorplicht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur aan.
Verweerder stelde dat het dak waterdicht was en dat het voortgangspercentage van de bouw 60% bedroeg, wat resulteerde in een hogere waarde van € 148.000. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat het dak waterdicht was en dat de waardebepaling niet te hoog was vastgesteld.
Hoewel de hoorplicht was geschonden, was eiseres niet benadeeld omdat zij haar standpunten schriftelijk en mondeling had kunnen toelichten en er geen beleidsvrijheid speelde. De rechtbank wees ook het beroep op een dwangsom af vanwege het ontbreken van een ingebrekestelling.
De rechtbank concludeerde dat de uitspraak op bezwaar niet in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.