ECLI:NL:RBNHO:2020:6099
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van artikel 17 Wet WOZ
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2019, stellende dat de waarde hoger is vastgesteld dan vergelijkbare buurpanden en niet in verhouding staat tot de gemiddelde waardeontwikkeling in de gemeente.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is getaxeerd op €279.000, met vergelijkingsobjecten die qua type, ligging en omvang voldoende vergelijkbaar zijn en kort voor of na de waardepeildatum zijn verkocht. De rechtbank stelt vast dat de verkoopprijzen van deze vergelijkingsobjecten als marktgegevens dienen ter onderbouwing van de waarde, en dat taxaties van makelaars niet als marktgegevens gelden volgens artikel 17 Wet Pro WOZ.
De rechtbank oordeelt dat de waarde van de woning in overeenstemming is met het wettelijk waardebegrip en dat de verhouding tot de waarde van het vorige belastingjaar geen zelfstandige betekenis heeft. Ook is geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.