Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- bepaalt dat verweerder het griffierecht vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Eiser ontving een Wajong-uitkering die door verweerder bij besluit van 1 maart 2019 werd geschorst vanwege uitschrijving uit de Basisregistratie Personen met de status 'vertrokken onbekend waarheen'. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser tegen deze schorsing bij besluit van 16 mei 2019 ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Tijdens de procedure nam verweerder op 18 juni 2019 een gewijzigd besluit op bezwaar waarbij het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard, omdat uit gegevens bleek dat eiser al voor de ingangsdatum van de opschorting weer was ingeschreven in de BRP. Hierdoor werd het oorspronkelijke besluit onrechtmatig en is het bestreden besluit komen te vervallen.
De rechtbank oordeelt dat eiser hierdoor geen actueel procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep tegen het bestreden besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Eiser handhaafde zijn beroep met het verzoek om afstemming tussen verweerder en de Belastingdienst over loonheffing, maar de rechtbank stelt dat dit buiten het bestreden besluit valt en geen procesbelang oplevert.
Tot slot bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht moet vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter Everaerts op 28 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de Wajong-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van actueel procesbelang.