Uitspraak
[verzoekster],
1.De procedure
- de brief, met bijlagen, van verzoekster, ingekomen op 20 januari 2020;
- de brief van de ABS, ingekomen op 14 februari 2020 en de mail van de ABS van 25 februari 2020.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster, een in Joegoslavië geboren vrouw die sinds 2014 de Nederlandse nationaliteit heeft, verzocht om wijziging van haar voornaam en inschrijving van haar geboorteakte in de Nederlandse registers. Zij ervaart haar huidige voornaam als hinderlijk en onpraktisch, mede vanwege de uitspraak en vindbaarheid in Nederland. Tevens is haar geslachtsnaam recent gewijzigd bij Koninklijk Besluit.
De ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) van Den Haag weigerde inschrijving van de door verzoekster overgelegde geboorteakte, omdat deze niet de oorspronkelijke geboortenaam vermeldde en onvoldoende afstammingsgegevens bevatte. De rechtbank oordeelde dat verzoekster een voldoende zwaarwichtig belang had bij de voornaamswijziging, mede ondersteund door een psychologische verklaring.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Op grond van artikel 1:25c BW stelde de rechtbank de geboortegegevens vast aan de hand van de overgelegde stukken en gelastte de ABS de geboorteakte op te maken en in te schrijven. Tevens werd de voornaamswijziging gelast. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voornaam en vaststelling van geboortegegevens wordt toegewezen en de ABS wordt gelast tot inschrijving van de geboorteakte met de gewijzigde voornaam.