ECLI:NL:RBNHO:2020:6419

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 augustus 2020
Publicatiedatum
19 augustus 2020
Zaaknummer
HAA - 20/2026
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van beroepsgronden in belastingzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de Belastingdienst, maar heeft in het beroepschrift geen gronden vermeld waarop het beroep steunt. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Uit het Track & Trace-systeem bleek dat deze brief is ontvangen, maar eiser heeft niet gereageerd of een reden gegeven voor het verzuim.

Omdat eiser geen gronden heeft ingediend en geen verontschuldiging heeft gegeven, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten door middel van verzet bij dezelfde rechtbank. De werking van de uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor verzet is verstreken of het verzet is beslist.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet reageren op het herstelverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2026

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2020 in de zaak tussen

[X], te [Z] , eiser
(gemachtigde: mr. M.J. van Dam)
en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 27 maart 2020, ter griffie ontvangen op 30 maart 2020, beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van verweerder van 26 maart 2020 en 9 april 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 15 juni 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 16 juni 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd.
4. Eiser heeft binnen de gestelde termijn geen gronden ingediend. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Koenis, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 17 augustus 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.