Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 januari 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil7. In geschil is of eiser in 2011 in Nederland is verzekerd en premieplichtig is voor de volksverzekeringen en of eiser recht heeft op voorkoming van dubbele premieheffing. Verder heeft eiser verzocht om vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn en om vergoeding van proceskosten.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 107;
- veroordeelt de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.393;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van (€ 787,50 / 2 =) € 393,75;
- veroordeelt de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) in de proceskosten van eiser tot een bedrag van (€ 787,50 / 2 =) € 393,75;
- draagt verweerder op de helft van het betaalde griffierecht, zijnde (€ 45 / 2 =) € 22,50, aan eiser te vergoeden;
- draagt de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) op de helft van het betaalde griffierecht, zijnde (€ 45 / 2 =) € 22,50, aan eiser te vergoeden.