ECLI:NL:RBNHO:2020:6502
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing nieuwe bijstandsaanvraag na intrekking wegens niet-melden vermogen
Verzoekster had een bijstandsuitkering die werd opgeschort en later ingetrokken vanwege het niet melden van een appartement in Turkije, dat zij formeel op haar naam had maar feitelijk van haar zoon was. Na intrekking en terugvordering van de bijstand deed verzoekster een nieuwe aanvraag die werd afgewezen wegens onvoldoende informatie over het vermogen.
Verzoekster stelde dat zij geen beschikking had over het appartement en dat de afwijzing onterecht was. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij met terugwerkende kracht bijstand zou ontvangen vanwege haar financiële nood en zwakke gezondheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van spoedeisend belang, maar dat de kans van slagen van het beroep onvoldoende aannemelijk was omdat verzoekster niet voldoende controleerbare stukken had overgelegd. De bewijsnood lag binnen haar risicosfeer en er was geen reden om de afwijzing van de aanvraag voorlopig te schorsen.
De voorzieningenrechter adviseerde verzoekster een nieuwe aanvraag in te dienen zodat verweerder opnieuw kan beoordelen of zij inmiddels aanspraak kan maken op bijstand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de nieuwe bijstandsaanvraag wordt afgewezen.