ECLI:NL:RBNHO:2020:6538
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beslag op AOW-pensioen en beslagvrije voet door bestuursrechter
Eiser ontvangt een AOW-pensioen waarop beslag is gelegd. Eiser betwist de rechtmatigheid van het beslag en de vaststelling van de beslagvrije voet. De rechtbank benadrukt dat volgens vaste jurisprudentie de civiele rechter bevoegd is om de rechtmatigheid van het beslag te toetsen, terwijl de bestuursrechter bij de beoordeling van betalingsbeslissingen het beslag als gegeven moet beschouwen.
De rechtbank constateert dat verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, bij zijn besluiten rekening heeft gehouden met de door de deurwaarder vastgestelde beslagvrije voet. De inhoudingen op het pensioen zijn aangepast na bezwaar van eiser, maar blijven binnen het kader van het beslag.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Kos op 2 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de SVB binnen het beslagkader heeft gehandeld.