ECLI:NL:RBNHO:2020:6545
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen en toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiser heeft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012, 2013 en 2014 aangevochten. Verweerder heeft deze aanslagen deels verminderd bij uitspraak op bezwaar, maar de aanslagen bleken strijdig met het eigen correctiebeleid en zijn uiteindelijk vernietigd.
De procedure kende een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer tien maanden, waarvoor eiser een immateriële schadevergoeding van € 1.000 vorderde. De rechtbank deelt deze vergoeding proportioneel toe, waarbij verweerder € 600 en de Staat € 400 betalen.
Daarnaast is de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 1.050, gebaseerd op een wegingsfactor 1. De rechtbank wijst het verzoek tot een hogere factor af vanwege het gemiddelde gewicht van de zaak. De beroepen worden gegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar vernietigd, met uitzondering van de kostenvergoedingen.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen zijn vernietigd en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 1.000 en een proceskostenvergoeding van € 1.050.