Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2020 in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster had een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om haar aanvraag voor een algemene bijstandsuitkering af te wijzen. Nadat verweerder het besluit had herzien en verzoekster bijstand toegekend, trok verzoekster haar verzoek tot voorlopige voorziening in. Tegelijkertijd verzocht zij om een proceskostenveroordeling van verweerder.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht een proceskostenveroordeling mogelijk is wanneer het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt en het verzoek wordt ingetrokken. De kosten van rechtsbijstand door een derde in de procedure kwamen voor vergoeding in aanmerking.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe en veroordeelde verweerder tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Daarnaast werd verweerder aanbevolen het betaalde griffierecht van € 48,- aan verzoekster te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad is veroordeeld tot betaling van € 525,- aan proceskosten.