ECLI:NL:RBNHO:2020:6652
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bijstandsintrekking tijdens coronacrisis
Eiseres en eiser hebben beroep ingesteld tegen de intrekking en terugvordering van hun bijstandsuitkering over de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 mei 2019. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren aangevuld, ondanks een herstelmogelijkheid.
Tegen deze beslissing is verzet ingesteld en de rechtbank heeft dit verzet behandeld tijdens een zitting op 24 augustus 2020. De kern van het verzet betrof de vraag of de termijnoverschrijding voor het aanvullen van de beroepsgronden verschoonbaar was vanwege de coronacrisis die leidde tot een lockdown en verstoring van postverwerking.
De rechtbank oordeelt dat de brief waarin om aanvulling werd gevraagd weliswaar op het adres van de gemachtigde is bezorgd en getekend, maar door de lockdown en de chaotische situatie op kantoor het aannemelijk is dat de brief niet bij de gemachtigde terecht is gekomen. Hierdoor had de rechtbank niet buiten zitting mogen beslissen dat het beroep niet-ontvankelijk was.
Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiseres en eiser toegewezen.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, waarna het onderzoek wordt hervat.