ECLI:NL:RBNHO:2020:6673
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde benedenwoning uit 1933 in Haarlem
Eiser, eigenaar van een benedenwoning uit 1933 in Haarlem, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €236.000 voor het kalenderjaar 2019 en stelde een lagere waarde van €211.000 voor. Hij overlegde een taxatierapport met een marktwaarde van €216.000, maar dit rapport bleek onvoldoende inzicht te geven in de waardebepaling en gebruikte deels referentieobjecten die te ver van de waardepeildatum waren verkocht.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare benedenwoningen uit dezelfde bouwperiode en buurt werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat verweerder hiermee aan zijn bewijslast voldeed. De verkoopprijzen en kenmerken van de vergelijkingsobjecten rechtvaardigden de vastgestelde waarde, ondanks de door eiser aangevoerde achterstallige onderhoudspunten.
De rechtbank wees het beroep af omdat de WOZ-waarde jaarlijks op basis van actuele feiten en omstandigheden moet worden vastgesteld, waarbij het stijgingspercentage ten opzichte van voorgaande jaren niet relevant is. Ook concludeerde de rechtbank dat de onderhoudstoestand onvoldoende aanleiding gaf voor een lagere waarde. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €236.000 wordt ongegrond verklaard.