ECLI:NL:RBNHO:2020:6711
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na doorhaling vordering passagiers tegen luchtvaartmaatschappij
De passagiers hebben op 2 juli 2019 een vordering ingesteld tegen Transavia Airlines C.V. De luchtvaartmaatschappij heeft schriftelijk geantwoord. Op 13 mei 2020 hebben de passagiers verzocht om doorhaling van de zaak op de rol, waarna Transavia bij akte om een proceskostenveroordeling heeft verzocht.
De kantonrechter oordeelt dat door de intrekking van de vordering de passagiers gehouden zijn de proceskosten van Transavia te vergoeden. Transavia vroeg een vergoeding van minimaal € 270,00, maar de kantonrechter kent slechts één punt toe, ter waarde van € 180,00, omdat geen aanleiding is voor een extra punt voor de akte.
Daarnaast worden de nakosten van € 90,00 toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk zijn gemaakt, en explootkosten bij betekening van het vonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 8 juli 2020 door kantonrechter C.E. van Oosten-van Smaalen.
Uitkomst: Passagiers worden veroordeeld tot betaling van €180 aan proceskosten en €90 aan nakosten aan Transavia.