Betrokkene werd op 1 januari 2020 geconfronteerd met een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Haarlem. Betrokkene stelde dat de wettelijke regels van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) niet waren nageleefd, waaronder het ontbreken van een gesprek met de burgemeester en het niet tijdig bijstaan door een advocaat.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene wel door een onafhankelijke psychiater was onderzocht, maar dat de burgemeester hem niet persoonlijk heeft gehoord vanwege technische problemen met het Khonraad-systeem. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester onvoldoende inspanningen had verricht om betrokkene te horen, wat een schending van de Wvggz-regels inhoudt. Tevens werd vastgesteld dat betrokkene pas ruim een etmaal na de crisismaatregel werd bijgestaan door een advocaat, wat eveneens in strijd is met de wettelijke termijnen.
De rechtbank wees het beroep op het punt van het psychiateronderzoek af, maar verklaarde het beroep gegrond voor het niet horen van betrokkene en de te late toevoeging van een advocaat. Gelet op deze tekortkomingen kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €225,-, gebaseerd op een bedrag van €75 per dag voor drie dagen, aansluitend bij jurisprudentie onder de oude Wet Bopz.
De gemeente Haarlem werd veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. De beschikking werd uitgesproken door rechter A.M. Ayal op 3 februari 2020.