ECLI:NL:RBNHO:2020:6992
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing box 3 en individuele buitensporige last
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017, specifiek gericht op de forfaitaire heffing in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Hij stelt dat de heffing onredelijk en disproportioneel is, omdat de forfaitaire rendementen niet overeenkomen met de werkelijk behaalde rendementen, en dat dit leidt tot een individuele en buitensporige last. Daarnaast klaagt eiser over het ontbreken van een rekentool bij papieren aangifte, wat volgens hem in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat eiser een substantieel inkomen en vermogen heeft. De belastingheffing is conform de wettelijke bepalingen vastgesteld en de forfaitaire berekening is wettelijk voorgeschreven. De rechtbank oordeelt dat de heffing niet zodanig zwaar is dat deze een individuele en buitensporige last vormt. De lagere waarde van de tweede woning en het feit dat de werkelijk behaalde rendementen mogelijk lager zijn dan de forfaitaire rendementen, rechtvaardigen geen afwijking van de wet.
Wat betreft de rekentool concludeert de rechtbank dat het niet langer beschikbaar stellen van deze tool bij papieren aangifte niet onrechtmatig is en geen ongelijke behandeling oplevert, aangezien belastingplichtigen nog steeds kunnen kiezen voor digitale aangifte met rekenhulp. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 blijft gehandhaafd.