ECLI:NL:RBNHO:2020:7001

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 september 2020
Publicatiedatum
7 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1324
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:3 AwbArt. 8:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet tijdige beslissing op bezwaar inzake verrekening naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaar tegen de verrekening van een bedrag van €66 met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting 2019. Verweerder heeft uiteindelijk op 24 april 2020 alsnog op het bezwaar beslist en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank overweegt dat tegen besluiten tot verrekening op grond van de Invorderingswet 1990 geen beroep openstaat bij de bestuursrechter, behalve tegen enkele uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn. Hierdoor is het bezwaar tegen de verrekening terecht niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was, is ook geen dwangsom verschuldigd.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot dwangsom af. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 11 september 2020 en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet tijdige beslissing op bezwaar is ongegrond verklaard en het verzoek tot dwangsom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/1324

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak van

[X] C.V., te [Z] , eiseres

(gemachtigde: G. Veldhuizen)
en

de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 12 maart 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar van 5 augustus 2019 tegen verrekening van een bedrag van € 66 met de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting 2019 met aanslagnummer [#] ten bedrage van € 59 en de daarop in rekening gebrachte aanmaningskosten van € 7.
Bij besluit van 24 april 2020 heeft verweerder alsnog op het bezwaar beslist. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft op 27 juli 2020 verklaard het beroep niet in te trekken en heeft aanvullende gronden van beroep ingediend.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. In artikel 6:20, derde lid, van de Awb is bepaald dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt.
3. In artikel 8:1, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. In de artikelen 8:3 tot en met 8:5 van de Awb is geregeld tegen welke besluiten geen beroep bij de bestuursrechter ingesteld kan worden. In artikel 8:5, eerste lid, van de Awb is bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit dat in artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling Bestuursrecht (hierna: de Bevoegdheidsregeling) staat.
4. In artikel 4:17, zesde lid, onder c, van de Awb is bepaald dat geen dwangsom is verschuldigd indien een aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.
5. De bevoegdheid van de ontvanger tot verrekening is gebaseerd op artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990 (hierna: IW). Tegen een besluit op grond van de IW – met uitzondering van besluiten op grond van de artikelen 30, 49 en 62a van de IW – staat gelet op artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling, geen beroep open bij de bestuursrechter, meer in het bijzonder de belastingrechter. Dit betekent dat tegen een besluit tot verrekening alleen een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
6. Nu verweerder evenwel uitspraak op het bezwaar van eiseres heeft gedaan is de uitspraak op bezwaar een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb waartegen beroep openstaat. De rechtbank zal zich derhalve niet onbevoegd verklaren maar zal, nu het bezwaar door verweerder, gelet op het voorgaande, terecht niet-ontvankelijk is verklaard, het beroep ongegrond verklaren.
7. De rechtbank overweegt tot slot dat, aangezien tegen het besluit van verweerder tot verrekening geen beroep mogelijk was en het bezwaar hiertegen kennelijk niet-ontvankelijk was, verweerder gelet op het bepaalde in artikel 6:17, zesde lid, onder c, ook geen dwangsom verschuldigd is.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is vastgesteld door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.
Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.