ECLI:NL:RBNHO:2020:7002

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 september 2020
Publicatiedatum
7 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2444
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen beslissing kinderopvangtoeslag niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Eisers hebben tegen een uitspraak op bezwaar inzake kinderopvangtoeslag over 2015 een tweede bezwaarschrift ingediend, dat door verweerder als beroepschrift is aangemerkt en aan de rechtbank is voorgelegd. De rechtbank twijfelt aan de bedoeling van eisers om beroep in te stellen, maar behandelt het stuk wel als verzoek om terug te komen op eerdere beslissingen.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het instellen van beroep griffierecht worden betaald. Eisers zijn door de griffier meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te voldoen, maar hebben dit niet gedaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en kan binnen zes weken worden bestreden door verzet.

Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing over kinderopvangtoeslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2444

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen

[X 1] en [X 2] , te [Z] , eisers,

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 8 maart 2020 tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder inzake kinderopvangtoeslag over het jaar 2015 een tweede bezwaarschrift ingediend bij verweerder.
Verweerder heeft dit aangemerkt als beroepschrift en bij brief van 25 april 2020 op grond
van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter verdere behandeling aan
deze rechtbank doorgezonden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De rechtbank stelt voorop dat verweerder weliswaar het tweede bezwaarschrift heeft doorgezonden ter behandeling als beroepschrift, maar dat gelet op de inhoud van dit stuk getwijfeld kan worden of het de bedoeling van eisers is geweest om beroep in te stellen. Dit betekent dat het stuk mogelijk ten onrechte is doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank zal wel uitspraak doen, maar is van oordeel dat verweerder daarnaast het stuk van eisers in behandeling dient te nemen als verzoek om terug te komen op de beslissingen inzake de kinderopvangtoeslag 2012 en 2015.
3. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
4. De griffier heeft bij brief van 29 april 2020 eisers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eisers hebben niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 28 mei 2020 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 4 juni 2020 is bezorgd.
4. Eisers hebben het griffierecht niet op tijd betaald. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.