Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiseres 1] ,
[eiseres 2],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 maart 2020 waarbij een mondelinge behandeling is gelast;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- het tijdens de mondelinge behandeling van 2 juli 2020 overgelegde testament van 12 september 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
€ 500,-;
€ 3.800,- wegens onrechtmatige onttrekking aan de nalatenschap, dan wel te verklaren voor recht dat dit bedrag in mindering komt van haar legitieme portie;
4.De beoordeling
in conventie
€ 3.800,- overgemaakt aan [eiseres 1] met de omschrijving ‘belastingvrije schenking’ waar erflaatster geen toestemming voor had gegeven. Zij heeft toen de volmacht weer ingetrokken en melding gemaakt bij de politie. De buren hielpen veel met de zorg en erflaatster stond erop dat er een financiële vergoeding tegenover de maaltijden stond. De notaris die het testament heeft verleden, had geen twijfel over de verstandelijke vermogens van erflaatster en heeft ook verder geen onderzoeken laten uitvoeren om eventuele stoornissen uit te sluiten. Alles aldus [gedaagde 1] .
.Hij achtte haar na uitgebreid onderzoek een kwetsbare persoon in een afhankelijke positie en diagnosticeerde beginnende dementie. Erflaatster imponeerde volgens [naam 1] in eerste instantie verbaal sterk maar vertoonde façadegedrag, had stoornissen in haar korte- en langetermijngeheugen, en in haar oriëntatie in tijd. Haar uiting dat zij een nieuw testament op wilde laten maken waarin ze iets wilde veranderen ten aanzien van haar dochter kon zij bij doorvragen niet nader invullen of motiveren. [naam 1] achtte haar niet in staat in september 2018 haar wil te bepalen bij het maken van een testament. Dat is in lijn met zijn medische verklaring van 13 juli 2018 waarin hij melding maakt van een progressief ziektebeeld (zie 2.5 en 2.13).
ook naar haar kleinkinderen (…) want deze horen allemaal bij haar en hebben er net zoveel recht op’. Dit strookt niet met de in het testament opgenomen bepaling dat alleen voor kleinkind [eiseres 2] (mede-eiseres) gold dat wat zij verkreeg uit de nalatenschap tot haar 45e onder bewind zou komen te staan van [gedaagde 3] . Volgens [gedaagde 1] was dit zodat zij niet vatbaar zou zijn voor de invloed van haar moeder [eiseres 1] .
- dagvaarding € 103,50
- griffierecht € 304,00
- salaris advocaat