ECLI:NL:RBNHO:2020:7012
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling dagloon en maandloon WW-uitkering volgens Europese regelgeving
Eiseres werkte van april tot oktober 2019 in Griekenland voor een buitenlandse werkgever en daarna kort in Nederland voor een Nederlandse werkgever. Na beëindiging van haar arbeidsovereenkomst vroeg zij een WW-uitkering aan. Verweerder stelde het dagloon vast op basis van de verdiensten bij de laatste werkgever, conform Europese regelgeving (EG-Verordening 883/2004). Eiseres betwistte deze berekening en stelde dat ook de uren in Griekenland mee moesten tellen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldoet aan de definitie van grensarbeider en dat de Europese verordening bepaalt dat het dagloon gebaseerd moet zijn op het loon van de laatste werkgever. De Nederlandse wetgeving is van toepassing voor de berekening van het maandloon. Het beroep tegen het besluit is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank concludeerde dat het gemiddeld aantal arbeidsuren alleen relevant is voor het vaststellen van arbeidsurenverlies en niet voor de hoogte van het dagloon of maandloon. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat het gewijzigde besluit geldt als het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard en het dagloon en maandloon zijn juist vastgesteld.