ECLI:NL:RBNHO:2020:7091
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen op eerdere WAO-uitkeringsbesluiten wegens ontbrekend nieuw feit
Eiser ontving sinds 1985 een WAO-uitkering, waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid in 1996 en 2001 was vastgesteld en verlaagd. In 2019 verzocht eiser terug te komen op deze besluiten, stellende dat een in 2011 gestelde diagnose van cervicale stenose met myelopathie een nieuw feit vormt dat de eerdere besluiten zou moeten herzien.
Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat de diagnose geen nieuw feit is, maar een verergering van een reeds bekende aandoening. De verzekeringsarts concludeerde dat de medische situatie in 2011 niet reeds aan de orde was bij de eerdere besluiten en dat de beperkingen toen reeds waren meegenomen.
De rechtbank toetste of het bestuursorgaan zich terecht heeft opgesteld en oordeelde dat geen nieuw feit is vastgesteld als bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De stelling van eiser dat eerdere diagnoses onjuist waren, was onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuw feit is vastgesteld dat herziening rechtvaardigt.