Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een voormalig groepsbegeleider in de zorg, heeft sinds 2015 meerdere keren een Ziektewetuitkering ontvangen vanwege diverse medische klachten waaronder fibromyalgie en een nekhernia. Na een medische en arbeidskundige beoordeling in 2019 concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen in een andere functie, waarna haar Ziektewetuitkering werd beëindigd.
Eiseres meldde zich opnieuw ziek per 10 december 2019 en werd onderzocht door verzekeringsartsen die concludeerden dat zij geschikt was voor lichte arbeid, zoals baliemedewerker. Eiseres voerde aan dat haar klachten ernstiger waren dan erkend en dat de artsen onvoldoende rekening hielden met haar specialisten en haar eigen beleving van pijn en beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, dat de verzekeringsartsen voldoende medische gegevens hadden betrokken en dat de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld. De eerdere Ziektewetuitkering was gebaseerd op haar oude functie, maar na een jaar wordt gekeken naar algemeen gangbare functies, wat hier correct is toegepast.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.