ECLI:NL:RBNHO:2020:7248
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel softdrugs
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Zaanstad om haar woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs en wapens. De burgemeester legde de sluiting op voor drie maanden, ingaande 30 juli 2020. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit.
De voorzieningenrechter overwoog dat de aangetroffen hoeveelheid softdrugs (111,4 gram) ruim boven de grens van 30 gram lag, wat sluiting zonder waarschuwing rechtvaardigt. Hoewel verzoekster ontkende kennis te hebben gehad van de drugs en wapens, achtte de rechter dit niet aannemelijk gezien de omstandigheden en verklaringen. Ook werd vastgesteld dat de overtredingen nog steeds voortduren, wat sluiting noodzakelijk maakt.
De voorzieningenrechter erkende de persoonlijke omstandigheden van verzoekster, zoals medische beperkingen en financiële problemen, maar vond dat het belang van het beëindigen van de drugshandel en het herstel van de openbare orde zwaarder weegt. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het besluit tot sluiting blijft van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.