ECLI:NL:RBNHO:2020:7326
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde vaststelling woning 2019
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning met garage, vastgesteld op €485.000 voor het kalenderjaar 2019, en stelde een lagere waarde van €440.000 voor op basis van een landelijk stijgingspercentage. Verweerder voerde aan dat de waarde correct was vastgesteld en onderbouwde dit met een taxatierapport en een waardematrix met vergelijkingsobjecten in dezelfde buurt.
De rechtbank overwoog dat de waarde van een onroerende zaak moet worden bepaald op basis van de waarde in het economische verkeer, waarbij de prijs die bij verkoop zou worden betaald centraal staat. Verweerder had met het taxatierapport en de vergelijkingsobjecten, die qua ligging, inhoud en staat vergelijkbaar waren, aan de bewijslast voldaan. De waarde per kubieke meter van de woning lag zelfs onder het gemiddelde van de vergelijkingsobjecten.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, omdat het landelijk stijgingspercentage niet doorslaggevend is voor de waardebepaling van een individuele woning en de waarde voor elk jaar opnieuw moet worden vastgesteld. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €485.000 wordt ongegrond verklaard.