Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiseres]
1.Het procesverloop
2.De feiten
Mevrouw [achternaam]’) verstuurd, voor een totaalbedrag van € 20.927,83 incl. BTW.
(…)AFWIKKELING HUWELIJKSVOORWAARDEN
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een vordering van een besloten vennootschap (B.V.) tegen de voormalig echtgenote van haar indirect bestuurder, de man, tot betaling van € 25.000. De B.V. stelt dat zij facturen voor werkzaamheden aan de woning van de vrouw heeft voorgeschoten en dat er een mondelinge geldleningsovereenkomst bestaat. Subsidiair vordert zij vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking.
De vrouw voert verweer dat zij niets verschuldigd is omdat zij met de regeling in het echtscheidingsconvenant volledig is gekweten. Het convenant bevat een finale kwijting tussen haar en de man, maar de B.V. was geen partij bij dit convenant. De kantonrechter past de Haviltex-norm toe om het convenant uit te leggen en concludeert dat de finale kwijting ook jegens de B.V. geldt.
De vrouw hoefde er niet rekening mee te houden dat de man vanuit de B.V. betalingen deed voor de woning, noch was zij daarvan op de hoogte. De man had dit moeten meenemen in de onderhandelingen. Er is geen bewijs dat het convenantbedrag van € 400.000 ontoereikend was. De vordering van de B.V. wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de B.V. tot betaling van € 25.000 wordt afgewezen wegens finale kwijting jegens de B.V.