ECLI:NL:RBNHO:2020:7353
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid in Ziektewetzaak
Eiser heeft zich sinds 2007 meerdere keren ziekgemeld en ontving uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet. Na een ziekmelding in mei 2018 is eiser onderzocht door een verzekeringsarts die op 18 september 2018 een functionele mogelijkhedenlijst opstelde en eiser per 24 september 2018 arbeidsgeschikt achtte. Eiser meldde zich op 27 november 2018 met terugwerkende kracht toegenomen ziek, maar aanvullend medisch onderzoek bevestigde de diagnose Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK).
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde na aanvullend onderzoek en beoordeling van medische informatie dat er geen reden was om af te wijken van het eerdere oordeel dat eiser geschikt is voor de functie van wikkelaar, een fysiek en psychisch lichte functie. Eiser voerde aan dat zijn klachten na 1 oktober 2018 niet waren meegewogen en dat hij een verlengd revalidatieprogramma volgt, maar gaf geen concrete informatie over de impact op zijn beschikbaarheid voor arbeid.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig is uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn voor twijfel aan het oordeel van de verzekeringsartsen. Gezien de aard van SOLK en het ontbreken van objectieve afwijkingen acht de rechtbank eiser geschikt voor de functie van wikkelaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid.