ECLI:NL:RBNHO:2020:7357
Rechtbank Noord-Holland
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2018 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst inzake de aanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen over het jaar 2018. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser in het beroepschrift geen gronden van het beroep heeft vermeld, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken de ontbrekende beroepsgronden te verstrekken. Uit het Track & Trace-systeem blijkt dat deze brief is ontvangen, maar eiser heeft niet gereageerd. Ook heeft eiser niet voldaan aan het verzoek om een machtiging en het volledige adres te overleggen, ondanks een expliciete waarschuwing dat het niet voldoen daaraan tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
Gezien het ontbreken van een verontschuldiging en het uitblijven van de gevraagde informatie verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As en griffier M. van der Elst op 30 september 2020, zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet overleggen van gevraagde gegevens.