ECLI:NL:RBNHO:2020:7358

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 610
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht ondanks verzoek ontheffing

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het instellen van beroep griffierecht worden betaald. Eiser vroeg ontheffing van betaling vanwege betalingsonmacht, maar gaf geen aanvullende informatie ondanks verzoeken van de rechtbank.

De rechtbank heeft meerdere malen schriftelijk aan eiser gevraagd om het griffierecht alsnog te voldoen of aanvullende informatie te verstrekken. Uit onderzoek bleek dat deze verzoeken zijn ontvangen, maar eiser heeft niet gereageerd en het griffierecht niet betaald.

Omdat eiser geen verontschuldiging heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en kan binnen zes weken worden aangevochten door middel van verzet.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/610

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaak van

[X] , te [Z] , eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, Kantoor Heerlen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 19 december 2019 beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 47. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. Eiser heeft bij brief van 12 maart 2020 verzocht om ontheffing van de betaling van griffierecht vanwege betalingsonmacht. Eiser stelt niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen. De rechtbank heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 18 maart 2020 verzocht om aanvullende informatie ter beoordeling van zijn financiële situatie.
Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 19 maart 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank heeft daarom bij brief van 9 april 2020 aan eiser medegedeeld dat zijn beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen omdat eiser geen gegevens heeft overgelegd.
4. De griffier heeft vervolgens bij brief van 9 april 2020 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 8 mei 2020 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 12 mei 2020 is bezorgd. Eiser heeft niet gereageerd.
5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2020.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.