ECLI:NL:RBNHO:2020:7364

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1555
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen tegen afwijzing verzoek ambtshalve vermindering omzetbelasting niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering van naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2013 en 2014. De gemachtigde, B. Schoenmaker, heeft geen advocaatstatus en diende daarom een machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens eiser beroep in te stellen. De rechtbank heeft hem hierom bij aangetekende brief verzocht, met een termijn van vier weken om dit te doen en het beroepschrift persoonlijk te ondertekenen.

De brief is op 15 juni 2020 bezorgd en ondertekend ontvangen, maar er is geen reactie ontvangen van de gemachtigde. Er is geen verontschuldiging voor het niet nakomen van dit verzoek gegeven. Op grond hiervan verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 8:24 lid 2 en Pro artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As en griffier N. Joacim op 30 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.

Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering van naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/1555 en 20/1556

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaken tussen

[X] , te [Z] , eiser

(gestelde gemachtigde: B. Schoenmaker),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 20 februari 2020 beroep ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering van de naheffingsaanslagen omzetbelasting 2013 en 2014.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) uitspraak zonder zitting.
2 Uit het beroepschrift blijkt dat B. Schoenmaker niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Iemand - niet zijnde een advocaat - die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een haar daartoe gestelde termijn te herstellen.
3. De rechtbank heeft B. Schoenmaker bij aangetekende brief van 12 juni 2020 verzocht om binnen vier weken een machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens [X] . Tevens is B. Schoenmaker verzocht het beroepschrift persoonlijk te ondertekenen. Hierbij is vermeld dat, indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, de beroepen niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek in Track & Trace van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 15 juni 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. B. Schoenmaker heeft niet gereageerd.
4. B. Schoenmaker heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor deze verzuimen.
5. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.