ECLI:NL:RBNHO:2020:7366

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1352
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Versnelde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 25 Invorderingswet 1990Art. 25.7.1 Leidraad Invordering 2008Art. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak over uitstel van betaling belasting

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de ontvanger van de Belastingdienst betreffende een verzoek om uitstel van betaling dan wel een betalingsregeling. De rechtbank heeft onderzocht of zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen.

Op grond van artikel 25 van Pro de Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering 2008 staat administratief beroep open bij de verweerder tegen dergelijke beslissingen. Daarnaast is op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak geen beroep bij de belastingrechter mogelijk tegen deze beslissing.

Daarom heeft de rechtbank geconcludeerd dat zij kennelijk onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep en heeft zij het onderzoek gesloten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 30 september 2020.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het besluit over uitstel van betaling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/1352

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiser,

en

de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 14 februari 2020 tegen de beslissing van verweerder van 7 februari 2020 betreffende een verzoek om uitstel van betaling dan wel een betalingsregeling, digitaal beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. De rechtbank overweegt dat, gelet op artikel 25 van Pro de Invorderingswet 1990 in samenhang met artikel 25.7.1 van de Leidraad Invordering 2008, tegen een beslissing inzake uitstel van betaling of betalingsregeling als de onderhavige, administratief beroep openstaat bij verweerder. Tegen de beslissing van de ontvanger staat ingevolge artikel 8:5, eerste lid, in samenhang met artikel 1 van Pro de bij de Awb behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, geen beroep bij de belastingrechter open. De rechtbank is derhalve onbevoegd van het beroep van eiser kennis te nemen.
3. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank (de bestuursrechter) zich onbevoegd.
4. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.