ECLI:NL:RBNHO:2020:7508

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 augustus 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
HAA 20/1388
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht in belastingzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. De rechtbank oordeelt dat het griffierecht van €48 niet tijdig is betaald, ondanks twee aanmaningen van de griffier.

De rechtbank stelt vast dat eiser geen verontschuldiging heeft gegeven voor het verzuim en daarom het beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/1388 en 20/1389

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2020 in de zaken tussen

[X] , te [Z] , eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 13 februari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 6 januari 2020 gericht tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 met aanslagnummer [#] en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet met aanslagnummer [#] .

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Deze beroepen zien mede op de opgelegde boete. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 48. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij brief van 1 april 2020 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 30 april 2020 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 6 mei 2020 is bezorgd.
4. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Koenis, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.