ECLI:NL:RBNHO:2020:7516

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 augustus 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
HAA 20/2093
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken verklaring van erfrecht in belastingzaak

De erfgenamen van een overledene hebben beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst inzake een aanslag inkomstenbelasting/premieheffing 2016. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De erfgenamen zijn in verzuim geweest om binnen de gestelde termijn een verklaring van erfrecht te overleggen. De rechtbank heeft hen bij aangetekende brief gewezen op dit verzuim en hen verzocht dit binnen vier weken te herstellen, met de waarschuwing dat bij uitblijven het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. De brief is daadwerkelijk ontvangen door de gemachtigde.

Hoewel een machtiging was ingediend voor het maken van bezwaar namens twee personen, ontbrak een verklaring van erfrecht en was onduidelijk of alle erfgenamen de machtiging hadden gegeven en wie bevoegd was de nalatenschap af te wikkelen. De erfgenamen hebben geen reden voor het verzuim gegeven en er is geen verontschuldiging gebleken.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.W. Koenis op 20 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een verklaring van erfrecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2093

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2020 in de zaak tussen

de erven van [X] , te [Z] , eisers

(gemachtigde: J.A. Klaver),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 20 februari 2020 beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Gelet op de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, zijn eisers in verzuim geweest binnen de gestelde termijn een verklaring van erfrecht over te leggen. Bij aangetekend verzonden brief van 15 juni 2020 zijn eisers gewezen op dit verzuim en zijn zij verzocht om dit uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eisers niet aan dit verzoek voldoen, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 16 juni 2020 is bezorgd op het kantooradres van gemachtigde.
3. De rechtbank heeft wel een machtiging ontvangen waarin door een tweetal personen aan de gemachtigde toestemming wordt verleend om namens hen bezwaar te maken tegen de aanslag IB/PH 2016, opgelegd aan [X] . Uit de machtiging kan evenwel niet worden opgemaakt of deze door (alle) erfgenamen is afgegeven, en evenmin wie de bevoegdheid heeft de nalatenschap af te wikkelen. Eiseres hebben geen verklaring van erfrecht overgelegd.
4. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Koenis, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De uitspraak is gedaan op 20 augustus 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.