ECLI:NL:RBNHO:2020:7517

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 augustus 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
HAA 20/1472
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitspraak op bezwaar inkomstenbelasting 2014 en 2015

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst over de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2014 en 2015. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De beroepschrifttermijn van zes weken begon te lopen op 19 december 2019, de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. De termijn eindigde op 29 januari 2020. Het beroepschrift is op 11 februari 2020 op de post gedaan en op 12 februari 2020 ontvangen, dus te laat. Eiseres heeft geen verontschuldiging gegeven voor de overschrijding, ondanks een aangetekende brief van de rechtbank waarin zij werd verzocht dit toe te lichten.

Verweerder had het bezwaar reeds niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiseres heeft ook niet gereageerd op de mogelijkheid om dit te herstellen. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepschrifttermijn zonder geldige verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/1472 tot en met 20/1475

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2020 in de zaken tussen

[X] , te [Z] , eiseres

(gemachtigde: E. Duzdas),
en

de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van
18 december 2019 (de bestreden uitspraak op bezwaar) betreffende de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2014 en 2015.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
3. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 18 december 2019 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 29 januari 2020.
4. Eiseres heeft het beroepschrift met PostNL verstuurd. Gelet op het poststempel gaat de rechtbank ervan uit dat het beroepschrift op 11 februari 2020 op de post is gedaan. Het beroepschrift is bij de rechtbank ontvangen op 12 februari 2020. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
5. Bij aangetekende brief van 3 juni 2020 heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld schriftelijk te laten weten waarom zij het beroepschrift na afloop van de termijn heeft ingediend. Nader ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op
5 juni 2020 is bezorgd op het kantooradres van gemachtigde. Eiseres heeft niet gereageerd.
6. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat eiseres een goede verontschuldiging heeft voor de te late indiening van het beroepschrift.
7. Verder merkt de rechtbank op dat verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank heeft bij de onder 5. genoemde aangetekende brief van 3 juni 2020 eiseres erop gewezen dat de gronden van het beroep in ieder geval betrekking moeten hebben op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. De rechtbank heeft eiseres in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Eiser heeft niet gereageerd. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
8. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Koenis, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 24 augustus 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.