ECLI:NL:RBNHO:2020:7570
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens handel in harddrugs
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Zandvoort om zijn woning voor twaalf maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, wegens handel in harddrugs. De woning werd doorzocht waarbij een grote hoeveelheid harddrugs werd aangetroffen, waaronder 125 MDMA-pillen, wat volgens het beleid een handelshoeveelheid betreft. Verzoeker betoogde dat de drugs alleen voor eigen gebruik waren en dat hij niet eerder is veroordeeld voor drugshandel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de woning, omdat de hoeveelheid drugs ruimschoots de grens voor eigen gebruik overschrijdt en er sprake is van recidive. De noodzaak tot sluiting werd bevestigd vanwege de ernst van de overtreding en het belang van het woon- en leefklimaat. Verzoeker voerde aan dat de maatregel onevenredig is vanwege de persoonlijke gevolgen, maar dit werd niet gevolgd omdat hij verantwoordelijk is voor wat in zijn woning gebeurt en er geen bijzondere omstandigheden zijn die een lichtere maatregel rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester in redelijkheid tot sluiting kon besluiten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens handel in harddrugs wordt afgewezen.