ECLI:NL:RBNHO:2020:7643
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering en toerekening lening als inkomen
Eiser ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die per 1 januari 2019 werd toegekend. Eiser stelde dat de uitkering al per 6 december 2018 had moeten ingaan, mede vanwege een lening van zijn moeder van €1.000,- die bedoeld zou zijn voor levensonderhoud.
De gemeente had de uitkering eerst beëindigd en teruggevorderd wegens niet-melding van verkoopactiviteiten. De rechtbank had deze eerdere terugvordering reeds afgewezen. In het onderhavige geschil ging het om de vraag of de lening als inkomen moest worden beschouwd en of de uitkering eerder had moeten ingaan.
De rechtbank oordeelde dat de lening pas na de storting formeel werd vastgelegd en dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat de lening daadwerkelijk voor levensonderhoud was bestemd. Ook was niet bewezen dat de lening was gebruikt voor huurbetalingen in december. De situatie van eiser week af van een vergelijkbare zaak waarin de lening vooraf was overeengekomen en al was afgelost.
Daarom werd de lening als inkomen aangemerkt en was de toekenning van de bijstand per 1 januari 2019 terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bijstand terecht pas per 1 januari 2019 is toegekend.