ECLI:NL:RBNHO:2020:7647
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig schoonmaakster, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte met hoofdpijnklachten. Verweerder weigerde de uitkering op grond van een medische beoordeling waarin geen sprake was van een situatie van geen benutbare mogelijkheden (GBM) en een arbeidsdeskundige stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op nihil.
Eiseres voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen zwaarder waren dan aangenomen, onder meer vanwege chronische pijn, psychische klachten en het gebruik van een rollator. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, dat de verzekeringsarts terecht geen aanvullende informatie van behandelaars hoefde in te winnen en dat de medische en arbeidskundige grondslagen deugdelijk waren.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de beperkingen onvoldoende waren voor een WIA-uitkering. Ook de arbeidsdeskundige schatte de geschiktheid voor functies passend bij het opleidingsniveau van eiseres. Er was geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige of toekenning van de uitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.