Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Heemstede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het vergelijkingsobject [E] heeft een iets grotere inhoud en het perceel wijkt niets (de rechtbank begrijpt: iets) af. Dit vergelijkingsobject is minder goed onderhouden en het afwerkingsniveau is eenvoudig doch functioneel. Het vergelijkingsobject heeft een lagere verkoopprijs gerealiseerd dan de vastgestelde waarde van de woning. Gelet op de onderlinge verschillen zou het waardeverschil groter moeten zijn.
Het vergelijkingsobject [F] heeft ten opzichte van de woning zowel een grotere inhoud als een groter perceeloppervlak. Desalniettemin is dit vergelijkingsobject verkocht voor een prijs die niet ver is gelegen van de vastgestelde waarde van de woning.
Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze met de onderlinge verschillen rekening is gehouden. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het bestreden besluit. Ter zitting heeft eiser zich op het nadere standpunt gesteld dat de waarde per de waardepeildatum dient te worden verlaagd naar een waarde van € 397.000.
Gelet hierop alsmede gelet op de overige verschillen, een en ander zoals vermeld in de waardeopbouw, kan niet worden gezegd dat de vastgestelde waarde in een onjuiste verhouding staat tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten. Het in opdracht van eiser door [I] opgemaakte taxatierapport doet niet af aan het in de eerste volzin van deze rubriek gegeven oordeel. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. Ondanks hetgeen eiser in beroep en ter zitting heeft gesteld met betrekking tot de staat van onderhoud en het afwerkingsniveau van de verschillende vergelijkingsobjecten, zijn deze voor, naar het oordeel van de rechtbank, aanzienlijke verkoopprijzen verkocht. Deze verkoopprijzen onderbouwen, zoals hiervoor overwogen, de door verweerde vastgestelde waarde. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op hetgeen in de matrix behorend bij het taxatierapport van [I] is vermeld, zoals dat het referentieobject [D] een verwaarloosde tuin heeft, het referentieobject [G] volledig dient te worden gerenoveerd, en de referentieobjecten [E] en [F] een net doch eenvoudig afwerkingsniveau hebben en de keuken ( [F] ) ontbreekt.
Beslissing
R. van der Vecht, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 9 oktober 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.