Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 oktober 2020 in de zaak tussen
[verzoeksters] , te [woonplaats] , verzoeksters(gemachtigde: mr. W.J.M. Loomans),
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, verweerder(gemachtigde: [naam 1] ).
ProcesverloopBij besluit van 4 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeksters een last onder dwangsom opgelegd in verband met overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Bouwbesluit 2012 en de Woningwet.
Overwegingen
Gelet op wat is gesteld tijdens de hoorzitting dient uitsluitend het onderdeel van de last dat betreft de brandoverslag naar de naburige percelen (last onder 3) te worden heroverwogen. Niet gebleken is dat niet voldaan zou kunnen worden aan de publiekrechtelijke normen of dat het afdwingen daarvan onevenredige gevolgen heeft. Enkel stellen dat dit te duur is, is onvoldoende. Dat de problematiek op het hele bedrijventerrein speelt is eveneens onvoldoende. Er is begonnen met inventarisatie van het terrein en er zal besluitvorming volgen. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Het is redelijk de aangedragen privaatrechtelijke oplossing nog voor te leggen aan het college zodat een nadere afweging kan worden gemaakt. De ondeugdelijkheid van het advies van de brandweer is niet aangetoond met het beroep op de NEN-rapportage. Dat hiermee aan de eisen wordt voldaan volgt de commissie niet. De commissie adviseert de last onder dwangsom nogmaals te heroverwegen als blijkt dat er een overeenkomst met de buren kan worden gesloten.Verweerder heeft voorts in het bestreden besluit vermeld dat de publiekrechtelijke belangen die gemoeid zijn met handhaven van brandveiligheidsnormen met een privaatrechtelijke overeenkomst niet worden opgelost. Er zijn voldoende opties om aan de publiekrechtelijke norm te voldoen. Er is dan ook geen reden om met een overeenkomst akkoord te gaan. Het opleggen van een last onder dwangsom is de enige manier om daadwerkelijk te zorgen voor herstel van een veilige en gezonde situatie. De belangen van verzoeksters wegen niet op tegen het belang van veiligheid, gezondheid en milieu.
Daarnaast beroepen verzoeksters zich op het gelijkheidsbeginsel nu deze problematiek op het hele terrein speelt en niet is gebleken dat ten aanzien van andere bedrijven ook gehandhaafd wordt. Verder beroepen zij zich op het vertrouwensbeginsel.