ECLI:NL:RBNHO:2020:7976
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen immateriële schadevergoeding wegens beëindiging inhoudelijk geschil tijdens hoorgesprek
Eiser heeft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2012 en 2013 ontvangen, waarbij aftrek voor specifieke zorgkosten was gecorrigeerd. Na bezwaar en correspondentie vond op 2 april 2019 een hoorgesprek plaats waarin duidelijk werd dat er geen inhoudelijke discussie meer was over de aftrekposten.
Eiser vorderde een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar. De rechtbank overwoog dat de termijn voor de berekening van deze vergoeding begint bij ontvangst van het bezwaarschrift en eindigt bij de uitspraak, waarbij de periode tussen het hoorgesprek en de uitspraak niet meetelt.
Omdat het inhoudelijke geschil tijdens het hoorgesprek werd beëindigd en de periode daarna niet meetelt, concludeerde de rechtbank dat de redelijke termijn niet was overschreden. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond omdat het inhoudelijke geschil tijdens het hoorgesprek is geëindigd en de redelijke termijn niet is overschreden.